Aanvallen stoppen

Het is van belang in de gaten te houden hoe lang een aanval duurt. Sommige aanvallen kunnen wel een paar minuten duren, andere aanvallen maar enkele seconden.

Bij sommige mensen kan een tonisch-clonische aanval lang aanhouden. Dan kom je in ademnood en loop je blauw aan. Dan kan het noodzakelijk zijn de aanval(len) met noodmedicatie te stoppen. Dat wordt couperen genoemd.

‘Dreigende status epilepticus’

De bedoeling van het couperen is te voorkomen dat de aanval heel lang duurt, of dat de ene aanval overgaat in de volgende. Vroeger werd die situatie ook wel ‘status epilepticus’ genoemd. Tegenwoordig spreken we al na vijf minuten van een ‘dreigende status epilepticus’. Op dat moment moet men al ingrijpen en proberen de aanval te stoppen.

Aanvallen stoppen (couperen)

Het is belangrijk om met jouw arts afspraken te maken over het eventueel couperen van aanvallen, en die afspraken op schrift te zetten. Hoe zo’n coupeerbeleid (protocol) er uit ziet, verschilt per persoon.

Protocol

In het protocol staat beschreven onder welke omstandigheden de aanval moet worden gestopt: meestal is dat na drie tot vijf minuten verstijven of schokken. Verreweg de meeste aanvallen duren korter. Maar als aanvallen  moeilijk te stoppen zijn, kan de arts adviseren de noodmedicatie meteen bij het begin van een grote aanval toe te dienen. De kans dat de aanval dan stopt, is groter dan wanneer je nog enkele minuten wacht.

In het protocol staat ook aangegeven welk middel je moet gebruiken en in welke hoeveelheid. Verder is vastgelegd of het couperen een keer herhaald mag worden en wanneer er een ambulance gebeld moet worden.

De afspraken die zijn gemaakt over het couperen moeten bekend zijn bij iedereen die met de aanvallen te maken kunnen krijgen. Handig is om het coupeerbeleid te delen aan alle betrokkenen en het goed met hen door te spreken. Ook is het van belang dat iedereen weet hoe de noodmedicatie moet worden toegediend. En natuurlijk moet de noodmedicatie altijd voorhanden zijn, waar dan ook.

Protocollen:

TWEE VOORBEELDEN

De meest gebruikte middelen

  • diazepam (stesolid®)
  • clonazepam (rivotril®)
  • midazolam (dormicum®) en
  • lorazepam (temesta®)

Toedienen noodmedicatie

Er zijn verschillende manieren om toe te dienen:

  • in de anus (rectaal), bijvoorbeeld stesolid
  • in de wangzak (buccaal), bijvoorbeeld rivotril
  • in de neus (intranasaal), bijvoorbeeld midazolam (LINK)

Bij alle drie de methodes wordt de medicatie via de slijmvliezen snel in het bloed opgenomen. Medische hulpverleners kunnen noodmedicatie ook toedienen via een injectie in de spier (intramusculair) of in een bloedvat (intraveneus).

Voor- en nadelen

Krijg je tijdens een aanval sterke speekselvloed? Dan is toediening via de wangzak geen goede methode. De vloeistof spoelt de mond uit en kan niet door het slijmvlies worden opgenomen. Clonazepam (rivotril®) zorgt bovendien vaak voor extra vochtproductie. Toediening via de neus (met midazolam neusspray) is dan een betere manier.

Ben je verkouden, dan wordt midazolam neusspray niet goed opgenomen. Bovendien mag je de neusspray niet te vaak gebruiken. Zie hiervoor de bijsluiter. De trilhaartjes in de binnenkant van de neus moeten namelijk genoeg tijd krijgen om zich te herstellen van de beschadiging door de zure vloeistof. Ook kan je midazolam toedienen door het in de wangzak te wrijven.

Error 500

Error Grote fout! Neem contact op met Insyde (www.insyde.nl) en meldt welke pagina u probeerde te bezoeken en uw browser.