Rolandische epilepsie

Een benigne rolandische epilepsie is een epilepsiesyndroom dat voorkomt bij kinderen op de lagere schoolleeftijd en wat typische epilepsieaanvallen geeft waarbij kinderen niet kunnen praten en veel kwijlen.

Benigne rolandische epilepsie wordt ook wel epilepsie met centertemporale pieken genoemd. Centertemporale pieken zijn de afwijkingen die op het EEG worden gezien. De plaats waar deze epilepsie in de hersenen wordt aangemaakt wordt ook wel het rolandische gebied genoemd. De term benigne in benigne rolandische epilepsie verwijst naar het goedaardige beloop van deze epilepsievorm die eigenlijk altijd over gaat in de puberteit.

Benigne rolandische epilepsie komt met name voor bij kinderen op de lagere schoolleeftijd. Het kan al voorkomen vanaf de leeftijd van 2 jaar. Meestal verdwijnt het spontaan na de middelbare schoolleeftijd. Na de leeftijd van 13-14 jaar komen bijna nooit meer aanvallen voor als gevolg van een benigne rolandisch epilepsie.

Kenmerken

De aanvallen bij een benigne rolandische epilepsie verlopen vaak op een typische wijze. Sommige kinderen voelen een aanval aankomen door een prikkelend vreemd gevoel in de tong en in de keel. Tijdens het begin van de aanval kan het kind niet praten en niet goed slikken. Hierdoor kunnen kinderen erg gaan kwijlen. Sommige kinderen maken ook keelgeluiden.

Tijdens de aanval zijn kinderen gewoon bij bewustzijn. Na korte tijd volgen bij een deel van de kinderen trekkinkjes in het gelaat, soms gevolgd door schokken aan de hand, die zich geleidelijk aan kunnen uitbreiden naar de hele arm en vervolgens ook naar de andere arm en de benen. Daarbij raken kinderen dan ook buiten bewustzijn. Na enkele minuten komen de kinderen weer bij en zijn vrijwel direct weer helder. Een heel klein deel van de kinderen heeft tijdelijk nog last van een verlamming van arm, been of gezicht na de aanval wat geleidelijk wegtrekt.

Veel kinderen worden wakker bij het begin van de aanval en kunnen een aanval als heel angstig ervaren. De meeste aanvallen bij een benigne rolandisch epilepsie zijn ’s nachts. Een op de vijf kinderen heeft overdag ook last van aanvallen.

Weinig aanvallen

De meeste kinderen met rolandische epilepsie hebben maar weinig aanvallen. Sommige kinderen krijgen maar een aanval tijdens hun hele leven, andere eens in de paar maanden. Bij een op de vijf kinderen komen aanvallen vrij frequent, soms zelfs dagelijks of meerdere keren per dag voor.

Sommige kinderen worden wakker met hoofdpijn wanneer zij ’s nachts een aanval hebben gehad. Kinderen met een benigne rolandische epilepsie hebben vaker last van hoofdpijn, met name ook van migraine aanvallen.

Normale ontwikkeling

Kinderen met een benigne rolandische epilepsie maken een normale ontwikkeling door. Zij hebben meestal geen problemen met leren wanneer zij al dan niet met medicijnen weinig aanvallen hebben. Een klein deel van de kinderen heeft problemen met lezen, taal of ruimtelijk inzicht.

Problemen kunnen voorkomen

Kinderen met frequente aanvallen kunnen wel problemen hebben met leren die weer verdwijnen wanneer de aanvallen beter onderdrukt worden met medicijnen of spontaan minder vaak voorkomen.

Diagnose

Aan de hand van het verhaal en de bevindingen bij het neurologisch onderzoek kan de kinderneuroloog vermoeden dat er sprake is van een benigne rolandische epilepsie. Met behulp van een EEG kan deze diagnose bevestigd worden.

Op het EEG worden bij kinderen met een benigne rolandisch epilepsie typische afwijkingen gezien die bestaan uit piekjes in bepaalde hersengebieden (centertemporale gebieden genoemd). Deze EEG afwijkingen in combinatie met het verhaal bevestigen de diagnose benigne rolandische epilepsie.

Wanneer een gewoon EEG geen afwijkingen laat zien kan een EEG gemaakt worden na een nacht waarin het kind veel minder dan gewoonlijk heeft mogen slapen.

Behandeling

Veel kinderen met een benigne rolandische epilepsie hebben alleen ’s nachts aanvallen. Meestal komen deze aanvallen niet heel frequent voor. Benigne rolandische epilepsie kan behandeld worden met medicijnen die epilepsieaanvallen voorkomen.

Bij een lage frequentie van aanvallen die uitsluitend ’s nachts zijn, kan er voor gekozen worden om de aanvallen niet te behandelen met medicijnen, omdat dan de voordelen van het onderdrukken van aanvallen niet opwegen tegen de eventuele bijwerkingen.

Bij kinderen met een benigne rolandische epilepsie die regelmatig aanvallen hebben of die ook aanvallen overdag hebben of waarbij het kunnen krijgen van aanvallen erg veel angst oproept, kan er voor gekozen worden om medicijnen te geven die epileptische aanvallen kunnen voorkomen.

Bij de meeste kinderen verdwijnen de aanvallen als gevolg van de benigne rolandische epilepsie voor of tijdens de puberteit.

Kinderen met een benigne rolandische epilepsie kunnen een normaal leven leiden. Zij ondervinden geen problemen met leren als gevolg van deze epilepsie als ze, al dan niet met behulp van medicijnen, weinig aanvallen hebben.

Tekstwijziging of aanvulling voorstellen


Tekstsuggestie maken