Gegeneraliseerde aanvallen

Bij een gegeneraliseerde aanval zijn beide hersenhelften betrokken en er is altijd een bewustzijnsstoornis. Je bent dan niet of niet helemaal bij bewustzijn. Slechts een klein deel van de patiënten (ongeveer 6%) heeft gegeneraliseerde epilepsie.
Een andere naam die gebruikt wordt: niet-plaatsgebonden aanval.

Een gegeneraliseerde aanval die plotseling begint en plotseling eindigt wordt een primair gegeneraliseerde aanval genoemd. Een aanval die plaatselijk begint en waar pas later alle hersencellen bij betrokken raken, heet een secundair gegeneraliseerde aanval.

Absence (afwezigheden)

Eén of enkele seconden ‘afwezig’. Men staart en is even niet aanspreekbaar. Soms wordt de activiteit die men doet automatisch doorgezet. Men fietst bijvoorbeeld door.

Atypische absences

Absences worden ‘atypisch’ genoemd als er eerder sprake is van een veranderd/verlaagd bewustzijn dan een echt bewustzijnsverlies. Bij atypische absences gaat u vaak wel door met uw activiteiten, maar op een sterk vertraagde manier. Het begin en het einde zijn niet abrupt. atypische absences duren ook langer dan ‘gewone’ absences, eerder minuten dan seconden.

Tonisch-clonische aanvallen

Een deel van het lichaam, of het hele lichaam, verstijft gevolgd door ritmische schokken. Tonisch betekent verstijving of verkramping; clonisch betekent samentrekking van spieren. Een tonisch-clonische aanval kan soms wel een paar minuten duren. Soms loopt men blauw aan omdat doorademen niet goed mogelijk is. Ook laat men soms urine lopen. Na de aanval gaat men normaal ademen en vaak valt men in een diepe slaap. Achteraf herinnert men zich niets van de aanval.Alléén schokken van (een deel van) het lichaam – dus zonder verstijving – komt ook voor. Dat wordt een ‘clonische aanval’ genoemd. En er zijn ook aanvallen met alleen verstijven, zonder schokken. Kinderen vallen dan soms als een plank voor- of achterover. Dit zijn ‘tonische’ aanvallen.In spreektaal worden tonisch-clonische, tonische en clonische aanvallen vaak ‘grote aanvallen’ genoemd. Deze aanvallen kunnen zowel overdag als ’s nachts optreden. Ze duren meestal enkele minuten.

Myoclone aanvallen (myoclonieën)

Kortdurende spierschokken/samentrekkingen in armen en/of benen met een erg kortdurende bewustzijnsstoornis (soms niet zichtbaar). Soms is er slechts één schokje, soms is er sprake van een reeks.

Valaanvallen (atone of astatische aanvallen)

Bij een valaanval valt opeens de spierspanning weg en zakt de persoon bijvoorbeeld plotseling slap op de grond.

Tonisch-clonische aanvallen
Dit zijn aanvallen waarbij een deel van het lichaam, of het hele lichaam, verstijft en vervolgens schokt. Tonisch betekent verstijving of verkramping; clonisch betekent samentrekking van spieren. Een tonisch-clonische aanval kan soms wel een paar minuten duren. Soms lopen kinderen wat blauw aan, omdat doorademen tijdens de tonische fase niet goed mogelijk is. Ook laten sommige kinderen bij de aanval hun urine lopen. Kinderen zijn tijdens deze aanvallen buiten bewustzijn. Na de aanval ademt uw kind weer normaal en valt het in een diepe slaap. Achteraf herinnert het kind zich niets van de aanval.
Alléén schokken van (een deel van) het lichaam – dus zonder verstijving – komt ook voor. Dat wordt een ‘clonische aanval’ genoemd. En er zijn ook aanvallen met alleen verstijven, zonder schokken. Kinderen vallen dan soms als een plank voor- of achterover. Dit zijn ‘tonische’ aanvallen. Kenmerkend voor LGS zijn de nachtelijke tonische aanvallen.
In spreektaal worden tonisch-clonische, tonische en clonische aanvallen vaak ‘grote aanvallen’ genoemd. Deze aanvallen kunnen zowel overdag als ’s nachts optreden. Ze duren meestal enkele minuten.
Afwezigheden (absences)
Bij een absence is het kind één of enkele seconden ‘afwezig’. Het staart en is even niet aanspreekbaar. De absence kan soms ook langdurig zijn en gepaard gaan met schokjes.
Atypische absences
Absences worden ‘atypisch’ genoemd als er eerder sprake is van een veranderd/verlaagd bewustzijn dan een echt bewustzijnsverlies. Bij atypische absences gaan kinderen vaak wel door met hun activiteiten, maar op een sterk vertraagde manier. Het begin en het einde zijn niet abrupt. atypische absences duren ook langer dan ‘gewone’ absences, eerder minuten dan seconden.
Valaanvallen (astatische of atone aanvallen)
Bij een valaanval valt opeens de spierspanning weg. Het kind zakt dan bijvoorbeeld plotseling slap op de grond. ‘Drop attacks’ (letterlijk vertaald: valaanvallen) is een term die vaak wordt gebruikt bij LGS. Vaak gaan de aanvallen zo snel dat alleen een filmopname kan tonen wat voor aanval het was. Vaak ook is het een mengbeeld van aanvallen. Het resultaat is dat het kind plotseling valt, met een grote kans op verwonding.
Myoclone aanvallen (myoclonieën)
Bij dergelijke aanvallen trekken de spieren in armen of benen samen. Als gevolg daarvan schokken armen of benen. Soms is er slechts één schokje, soms een serie achter elkaar.

Tekstwijziging of aanvulling voorstellen


Tekstsuggestie maken