Sport

Kan ik nog blijven sporten en welke sporten zijn dat dan?

Afhankelijk van het type en de frequentie van de aanvallen kan je prima sporten met epilepsie. Net als voor iedereen is geregeld sporten goed voor de algehele gezondheid.

Natuurlijk is het verstandig om het risico op aanvallen mee te nemen in je overweging of je gaat sporten of niet. Is er een aannemelijk risico; niet doen!

Tenzij het voor jou en je omgeving betrekkelijk veilig is en je teamgenoten je er gewoon graag bij hebben.

Zwemmen mag!

Het is een fabel dat je met epilepsie niet mag zwemmen. Natuurlijk is het niet verstandig en af te raden als het risico op aanvallen groot is, maar als je bijvoorbeeld aanvalsvrij bent of alleen nachtelijke aanvallen hebt is er geen reden om niet te zwemmen. Samen zwemmen is wel aan te bevelen, want je weet maar nooit.

Verhoogd risico

Er zijn een aantal sporten die een verhoogd risico hebben. Dat zijn vaak sporten die al tot de extreme categorie behoren zoals klimmen, parachutespringen en duiken. Voor dergelijke sporten moet je een veiligheidsformulier invullen en met epilepsie wordt je niet toegelaten.

Vertel je het?

Je zal zelf de afweging moeten maken of je het verteld op de sportclub dat je epilepsie hebt. bla bla

Lastig meekomen in teams?

Veel sportverenigingen hebben G-teams waar mensen in sporten die wat lastiger mee kunnen komen in reguliere teams.

Bij MEE kan je regionaal informatie vinden over G-sportclubs die vrije tijdsbesteding aanbieden .

Leonie geniet van het paardrijden
“Sinds 2 jaar rijden elke zaterdag onze dochters Stella en Leonie op een paard bij de manege. Deze manege is gespecialiseerd in het geven van rijlessen aan verstandelijk en/of lichamelijk beperkte kinderen en volwassenen. Ook de paarden zijn bij uitstek geschikt voor deze groep. Elke week is het weer genieten, voor de kinderen maar zeker ook voor ons. Voor Leonie is het zowel inspannend als ontspannend. Zij rijdt in een gemengde groep. Haar houding en dierenliefde zijn er enorm op vooruitgegaan.”
“G-hockey is schot in de roos”
“Sinds enkele jaren zit onze zoon op G-hockey en wij zijn super enthousiast! Hij beweegt niet zoveel omdat hij dagelijks in een busje zit i.p.v. te fietsen. En hij kan eindeloos eten, met alle gevolgen van dien … Het G-hockey is echt een schot in de roos! Toen we begonnen was ik bang dat hij niet eens op het veld zou blijven … Maar hij doet tot onze verbazing gewoon mee. Elke zaterdag gaat hij met plezier – en wij dus ook – op pad en oefent vol overgave. Het ‘partijtje’ aan het eind blijft een moeilijk verhaal – welke kant moest ik ook alweer op …? – maar het gaat elk jaar beter. Het aantal trainers varieert van 1 op 1 tot 3. Dat is belangrijk bij een kind met zo’n laag concentratievermogen. Ik merk steeds meer dat hij ook trots is op het feit dat hij zijn ‘eigen’ hockey heeft, net als zijn grote broer. Bijkomend voordeel, je staat met andere G-ouders langs de lijn. Zo wissel je tussen de bedrijven door ervaringen uit en hoor je nog eens wat uit zorgland. Kortom: G-hockey is voor ons een schot in de roos.”

x

Tekstwijziging of aanvulling voorstellen


Tekstsuggestie maken