Epilepsie beleven als naaste

Het is bij naasten vaak bekend hoe je om moet gaan met een situatie als er een epileptische aanval plaats vind.

Maar de invloed van epilepsie blijft vaak niet beperkt tot het moment rondom een aanval. Integendeel, naasten leven vaak net zo met de gevolgen van epilepsie als degenen die epilepsie heeft. Alleen uit een ander perspectief.

Wanneer ben je een naaste?

Daarvoor is geen stelregel, want dat kan iedereen zijn die in zijn omgeving geregeld contact heeft met iemand die epilepsie heeft. Een partner, ouders, familieleden zoals broers, zussen en grootouders, collega's, vrienden, een kind van een ouder met epilepsie, mantelzorger, enzovoort.

Het is voor naasten en omgeving net zo moeilijk als voor de mensen met epilepsie. Dat klinkt hard, maar is vaak wel de realiteit. Epilepsie kan op vele manieren gevolgen hebben. De aanvallen waarmee je moet omgaan, de zorgen voor wat kán gebeuren, het aanpassen van plannen in het klein en in het groot. Invloed op je relaties is bijna onvermijdelijk.

Jij hebt toch geen epilepsie?

Nee, maar dat betekend niet dat jij niet leeft met de gevolgen van epilepsie. Mogelijk begrijpt niet iedereen in jouw omgeving welke zorgen jij hebt. Mensen om jou heen hebben soms (goedbedoelde) kritiek op de manier waarop jij als naaste met epilepsie omgaat, of geven ongevraagde adviezen. Meestal komt dit voort uit bezorgdheid maar ook uit onwetendheid over epilepsie. En het kost energie om steeds met alle betrokkenen waarom je bepaalde zaken als naaste juist wel of juist niet doet.

Verandering in gedrag

Met epilepsie komen vaak een heleboel emoties los. Boosheid, angst, verslagenheid. Die verandering die epilepsie op jou leven heeft kan ook het gedrag veranderen. Bij jou en bij degene die epilepsie heeft. Soms kortdurend, maar soms ook langdurend. 

Bespreek dit met je arts. Misschien kunnen medicijnen (tijdelijk) een oplossing bieden. Of hulp van een andere zorgverlener zoals een psycholoog.

Tekstwijziging of aanvulling voorstellen


Tekstsuggestie maken