Epilepsie heeft een plek gekregen

door Onbekend
“Al vanaf het moment dat ik mijn vrouw leerde kennen, heeft zij epilepsie. In die zin wist ik waar ik aan begon.

Het moeilijke is dat mijn rol van partner wisselt.

Toen zij het mij vertelde vond ik het geen enkel punt. Iedereen heeft wat en het ging mij meer om haar dan om wat zij had. Toen ik voor de eerste keer een grote aanval gezien had, besefte ik pas wat ze me verteld had. Het zien is veel ingrijpender dan het horen. Als ik eerlijk ben, vond ik het in het begin van onze relatie ook wel iets hebben. Door haar epilepsie kon ik veel voor haar betekenen. Ik kon haar steunen, helpen en laten zien dat ik om haar gaf. Ik kon mijn zorg tonen en begrip hebben voor haar angsten.

We hebben wat afgepraat over onze gevoelens en haar angsten. Alhoewel …ik had ook angsten, maar die werden vaak naar het tweede plan geschoven. Ik voelde me ook niet altijd even gemakkelijk. Je denkt toch vaak: “als er maar niets gebeurt”. We hebben nu drie kinderen. Als ik naar mijn werk ga, dan maak ik me regelmatig zorgen of alles wel goed blijft gaan. Het is niet lekker weggaan als ik weet dat mijn vrouw een slechte dag heeft. Als ik me realiseer wat er allemaal kan gebeuren als ik weg ben, word ik gek en blijf ik altijd thuis.

Ik probeer dat niet te doen, hetgeen mij niet altijd lukt. Uit handen geven heet dat, maar dat is verrekte moeilijk. Als ik de situatie nu bekijk, dan heeft in de loop der jaren epilepsie een plek gekregen. Het is in onze relatie minder belangrijk geworden. De belangrijkste verandering vind ik dat ze zich vanwege haar epilepsie niet meer tot last voelt. Alleen als zich een aanval voordoet, dan hebben we het erover. Het moeilijke van een partner zijn van iemand met epilepsie vind ik, dat mijn rol van partner wisselt. Meestal ben ik echtgenoot, tijdens een aanval de verzorger, als er geen aanvallen zijn ben ik de bezorgde partner, omdat ik zie wat er allemaal kan gebeuren.”