Landelijke dag 13 oktober 2012

“Fijn om je ervaringen kwijt te kunnen!”

Workshopleider: Jessica McLean, in samenwerking met Jeanne Taal-Haasnoot, Miriam en Carla Wijnen.

De workshop ‘grootouders’ werd bijgewoond door ca. 35 deelnemers. Doel van de workshop was een ‘vergeten groep’ aan het woord te laten: grootouders van kinderen met epilepsie en andere beperkingen. Je verhaal vertellen, ervaringen delen, je bewust zijn van je eigen kracht. Deze thema’s vormden de rode draad tijdens de sessie.

Alles in tweevoud

“Als grootouder ervaar je de problematiek van EpilepsiePlus in tweevoud”, stelde workshopleider Jessica McLean. Je ziet dat je kleinkind problemen heeft, maar ook dat je kind het zwaar heeft. Kinderen zullen wellicht bij jou de meeste emotie tonen, omdat ze bij jou het meest veilig zijn (‘Mijn ouders gaan niet bij me weg, mijn partner misschien wel!’).

Hoe ga je hier als grootouder mee om?
Waar loop je tegenaan?
Handel je vaak uit angst, een negatieve drijfveer die veel energie kost?
Of uit verlangen, een positieve drijfveer?

Cases uit de praktijk

Om grootouders uit te nodigen hun ervaringen te delen, presenteerde Jessica een aantal cases, praktijkervaringen van grootouders, met daarbij vragen zoals:

  • Kunt u met de ouders van uw bijzondere kleinkind praten over de goede prestaties van andere kleinkinderen?
  • Wat doet het met u als uw omgeving afwerend of afwijzend reageert op het uiterlijk of gedrag van uw kleinkind?
  • Welke eigenschap van uw kleinkind vindt u het mooiste?

De cases werden muzikaal ingeleid door Carla en Miriam Wijnen (resp. piano en zang).

Behoefte om te praten

In vier groepen bespraken de grootouders de cases. De behoefte om te praten over de kleinkinderen en de ervaringen, zowel negatieve als positieve, bleek groot.

Gehoorde uitspraken van grootouders:

  • In onze familie is het geen probleem om te vertellen dat de kleinkinderen zonder beperking het goed doen.
  • Ik kan wel over de prestaties van mijn andere kleinkinderen praten, maar ik heb er toch moeite mee. Ik vind het pijnlijk voor mijn kind.
  • Je moet er ook voor waken dat niet alle aandacht uitgaat naar het kind met de beperking!
  • Ik keek een tijdlang positiever tegen de situatie aan dan mijn kind. Dat maakte het contact moeilijker. Nu is dat verbeterd.
  • Al mijn kleinkinderen zijn me even lief.
  • De omgeving kan merkwaardig reageren. Een kennis die mij in de supermarkt zag met mijn kleinkind, liep schielijk een ander pad in. Ik ben het gesprek aangegaan. Iedereen kan normaal tegen ons doen!
  • Het doet me pijn als andere kinderen niet met mijn kleinkind willen spelen, omdat het anders reageert dan anderen. Ik denk dat mijn kleinkind zelf daar minder last van heeft dan ik!
  • Drukke gelegenheden zoals een familiefeest zijn niet prettig voor mijn kleinkind. Maar ik mis hem, als hij er dan niet bij is.
  • Je blijft hopen dat de medische wetenschap iets uitvindt om de problemen op te lossen.
  • Zingen en muziek, daar doe je ons kleinkind het grootste plezier mee.
  • Wij bezoeken ons kleinkind elke maand. Daar genieten beide partijen van. Heerlijk, zo’n kleinkind dat je niet hoeft op te voeden!

Open en ontspannen

De sfeer tijdens de sessie was open en ontspannen. Na elke gespreksronde noteerde de workshopleider de bevindingen van de vier groepen grootouders. En gaf aanvullingen en adviezen. ‘Kijk naar de manier waarop je kleinkind dit leven verrijkt. Wij moeten drie weken in een klooster mediteren om in het nu te kunnen leven, niet gehinderd door gedachten over verleden of toekomst. Dat kunnen onze (klein)kinderen uit de kunst!’

Reacties

Grootouders verlieten de workshop met een kleine button, die ze aan het begin van de sessie ontvingen. De opdruk ‘Een Grootste Ouder’ blijft hen herinneren aan hun positieve rol in het leven van hun (klein)kind.

Na afloop werden enthousiaste en tevreden reacties gehoord. ‘Fijn om je ervaringen hier kwijt te kunnen.’

Deze pagina delen