Kenmerken

De aanvallen bij een benigne rolandische epilepsie verlopen vaak op een typische wijze. Sommige kinderen voelen een aanval aankomen door een prikkelend vreemd gevoel in de tong en in de keel. Tijdens het begin van de aanval kan het kind niet praten en niet goed slikken. Hierdoor kunnen kinderen erg gaan kwijlen. Sommige kinderen maken ook keelgeluiden.

Tijdens de aanval zijn kinderen gewoon bij bewustzijn. Na korte tijd volgen bij een deel van de kinderen trekkinkjes in het gelaat, soms gevolgd door schokken aan de hand, die zich geleidelijk aan kunnen uitbreiden naar de hele arm en vervolgens ook naar de andere arm en de benen. Daarbij raken kinderen dan ook buiten bewustzijn. Na enkele minuten komen de kinderen weer bij en zijn vrijwel direct weer helder. Een heel klein deel van de kinderen heeft tijdelijk nog last van een verlamming van arm, been of gezicht na de aanval wat geleidelijk wegtrekt.

Veel kinderen worden wakker bij het begin van de aanval en kunnen een aanval als heel angstig ervaren. De meeste aanvallen bij een benigne rolandisch epilepsie zijn ’s nachts. Een op de vijf kinderen heeft overdag ook last van aanvallen.

Weinig aanvallen

De meeste kinderen met rolandische epilepsie hebben maar weinig aanvallen. Sommige kinderen krijgen maar een aanval tijdens hun hele leven, andere eens in de paar maanden. Bij een op de vijf kinderen komen aanvallen vrij frequent, soms zelfs dagelijks of meerdere keren per dag voor.

Sommige kinderen worden wakker met hoofdpijn wanneer zij ’s nachts een aanval hebben gehad. Kinderen met een benigne rolandische epilepsie hebben vaker last van hoofdpijn, met name ook van migraine aanvallen.

Normale ontwikkeling

Kinderen met een benigne rolandische epilepsie maken een normale ontwikkeling door. Zij hebben meestal geen problemen met leren wanneer zij al dan niet met medicijnen weinig aanvallen hebben. Een klein deel van de kinderen heeft problemen met lezen, taal of ruimtelijk inzicht.

Problemen kunnen voorkomen

Kinderen met frequente aanvallen kunnen wel problemen hebben met leren die weer verdwijnen wanneer de aanvallen beter onderdrukt worden met medicijnen of spontaan minder vaak voorkomen.

Lees meer over de uitkomsten van recent promotieonderzoek »

Ga naar Diagnose »

Deze pagina delen