Aanvallen stoppen

Het is van belang in de gaten te houden hoe lang de aanval duurt. Bij sommige kinderen kan een tonisch-clonische aanval lang aanhouden. Het kind komt dan in ademnood en loopt blauw aan. Dan kan het noodzakelijk zijn de aanval(len) met noodmedicatie te stoppen. Dat wordt couperen genoemd.

‘Dreigende status epilepticus’

De bedoeling van het couperen is te voorkomen dat de aanval heel lang duurt, of dat de ene aanval overgaat in de volgende. Vroeger werd die situatie ook wel ‘status epilepticus’ genoemd. Tegenwoordig spreken we al na vijf minuten van een ‘dreigende status epilepticus’. Op dat moment moet u al ingrijpen en proberen de aanval te stoppen.

Aanvallen stoppen (couperen)

Het is belangrijk om met de behandelaar van uw kind afspraken te maken over het eventueel couperen van aanvallen, en die afspraken op schrift te zetten. Hoe zo’n coupeerbeleid er uit ziet, verschilt per kind.

Coupeerbeleid

In het coupeerbeleid staat beschreven onder welke omstandigheden de aanval moet worden gestopt: meestal is dat na drie tot vijf minuten verstijven of schokken. Verreweg de meeste aanvallen duren korter. Maar als aanvallen bij uw kind moeilijk te stoppen zijn, kan de arts adviseren de noodmedicatie meteen bij het begin van een grote aanval toe te dienen. De kans dat de aanval dan stopt, is groter dan wanneer u nog enkele minuten wacht.

In het coupeerbeleid staat ook aangegeven welk middel u moet gebruiken en in welke hoeveelheid. Verder is vastgelegd of u het couperen een keer mag herhalen en wanneer u een ambulance moet bellen.

De afspraken die zijn gemaakt over het couperen moeten bekend zijn bij iedereen die voor uw kind zorgt. Handig is om het coupeerbeleid te kopiëren voor alle betrokkenen en het goed met hen door te spreken. Ook is het van belang dat iedereen weet hoe de noodmedicatie moet worden toegediend. En natuurlijk moet de noodmedicatie altijd voorhanden zijn, waar uw kind ook is.

Lees meer over opstellen van een epilepsieprotocol »

De meest gebruikte middelen

  • diazepam (stesolid®)
  • clonazepam (rivotril®)
  • midazolam (dormicum®) en
  • lorazepam (temesta®)

Toedienen noodmedicatie

Er zijn verschillende manieren om thuis of op school noodmedicatie toe te dienen:

  • in de anus (rectaal), bijvoorbeeld stesolid
  • in de wangzak (buccaal), bijvoorbeeld rivotril
  • in de neus (intranasaal), bijvoorbeeld midazolam
    Lees meer over Midazolam neusspray »

Bij alle drie de methodes wordt de medicatie via de slijmvliezen snel in het bloed opgenomen. Medische hulpverleners kunnen noodmedicatie ook toedienen via een injectie in de spier (intramusculair) of in een bloedvat (intraveneus).

Voor- en nadelen

Krijgt uw kind tijdens een aanval sterke speekselvloed? Dan is toediening via de wangzak geen goede methode. De vloeistof spoelt de mond uit en kan niet door het slijmvlies worden opgenomen. Clonazepam (rivotril®) zorgt bovendien vaak voor extra vochtproductie. Toediening via de neus (met midazolam neusspray) is dan een betere manier.

Bij een kind dat verkouden is, wordt midazolam neusspray niet goed opgenomen. Bovendien mag u de neusspray niet te vaak gebruiken. Zie hiervoor de bijsluiter. De trilhaartjes in de binnenkant van de neus moeten namelijk genoeg tijd krijgen om zich te herstellen van de beschadiging door de zure vloeistof. U kunt dan uitwijken naar toediening met midazolam via de anus (in de vorm van een rectiole). Ook kunt u midazolam toedienen door het in de wangzak te wrijven.

Deze pagina delen