Dosering

Meestal krijgt uw kind eerst een lage dosering (hoeveelheid) van een medicijn. Daarna wordt de dosering in de loop van de tijd opgehoogd. Dat wordt ‘opbouwen’ genoemd. De behandelaar van uw kind bespreekt met u volgens welk tijdsschema u de medicijnen moet opbouwen.

Voor de meeste anti-epileptica geldt dat er per kilogram lichaamsgewicht een bepaalde hoeveelheid moet worden ingenomen. Daarom vraagt de behandelaar meestal ook naar het gewicht van uw kind.

Bij ongeveer de helft van de mensen met epilepsie is hun eerste anti-epileptische medicijn al voldoende om de aanvallen onder controle te houden. Wordt het medicijn slecht verdragen of is het onvoldoende effectief, dan wordt doorgaans naar een ander middel overgeschakeld of een tweede medicijn ernaast gezet.

Bloedspiegel prikken

Het is niet altijd zinvol om de bloedspiegel te bepalen. Bijvoorbeeld omdat er geen verband bestaat tussen de bloedspiegel en de werking van de medicijnen.

Soms zal de behandelaar willen controleren hoeveel van de werkzame stof er in het bloed van uw kind aanwezig is. In dat geval moet uw kind een beetje bloed laten afnemen. Het laboratorium bepaalt vervolgens de ‘bloedspiegel’. Daarmee wordt de concentratie van het geneesmiddel in het bloed bedoeld. Die bloedspiegel moet een bepaalde waarde hebben: niet te laag (dan is het medicijn niet werkzaam), maar ook niet te hoog (dan is de kans op bijwerkingen groter).

Medicatie vergeten? Kind ziek?

Het overkomt alle ouders wel eens: medicijnen vergeten! Of uw kind heeft overgegeven. Wat betekent dat voor de medicijnen? Bespreek van te voren met de behandelaar of met de apotheker wat u moet doen als dit gebeurt. In het algemeen geldt dat, als u de vergissing snel opmerkt, u de medicijnen alsnog kunt geven. Datzelfde geldt ook als uw kind heeft overgeven binnen een half uur nadat u de medicatie heeft gegeven. Maar is het al bijna tijd voor de volgende keer? Dan is meestal raadzaam de vergeten medicatie juist niet alsnog te geven: dan zou de bloedspiegel juist te hoog worden. Overleg bij twijfel met de behandelaar van uw kind.

Ga verder naar Toedieningsvormen »

Deze pagina delen