Medicijnen

Kinderformularium nu ook als app!

Lees meer »

Wanneer de behandelaar bij uw kind de diagnose epilepsie heeft gesteld, bespreekt hij met u of, en vooral hoe, de aanvallen behandeld moeten worden. Voor de behandeling van epilepsie bestaan verschillende medicijnen die de aanvallen kunnen onderdrukken. Deze medicijnen heten anti-epileptica.

Anti-epileptica kunnen epilepsie niet genezen. Deze middelen zorgen ervoor dat de epileptische ontladingen in de hersenen worden voorkomen of verminderd, zodat er geen (of in elk geval minder) aanvallen optreden.

Anti-epileptica zijn werkzaam tegen bepaalde soorten aanvallen. Sommige anti-epileptica werken bijvoorbeeld heel goed bij absences. Andere middelen zijn juist werkzaam bij tonisch-clonische aanvallen. Daarom is het belangrijk dat de behandelaar goed weet welke type(n) aanvallen uw kind heeft. Het kan een zoektocht zijn om het juiste medicijn te vinden.

Ga verder naar:

Ogen en oren van de dokter

De behandelaar van uw kind is afhankelijk van úw informatie om te bepalen hoe het met uw kind gaat. Bij de meeste andere aandoeningen kan de arts zelf bepalen hoe het gaat, bijvoorbeeld via lichamelijk onderzoek of bloedonderzoek. Bij epilepsie is er meestal ‘niets’ te zien of te onderzoeken. Het is daarom belangrijk dat u de aanvallen van uw kind nauwkeurig beschrijft. Lees meer over aanvallen beschrijven »

Deze pagina delen