Onderzoek winst voor ontwikkeling en opleidingsmogelijkheden kinderen

In Nederland hebben ongeveer 110.000 mensen epilepsie. Epileptische aanvallen zijn het meest bekend, maar veel patiënten vinden hun cognitieve stoornissen zoals problemen met geheugen, aandacht en taal het meest belastend. Er is al veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen epilepsie en het ontstaan van cognitieve stoornissen, maar het verband is tot nu toe onduidelijk gebleven. Een nieuwe ontwikkeling is het vanuit een technische invalshoek onderzoeken van hersennetwerken.

Zodoende kunnen intelligentienetwerken in de hersenen worden blootgelegd. Dankzij het promotieonderzoek van fysicus Maarten Vaessen is meer inzicht te verkrijgen in cognitieve achteruitgang bij onder meer patiënten met epilepsie. Vooral voor kinderen betekent dit onderzoek winst voor hun ontwikkeling en opleidingsmogelijkheden. In vooraanstaande tijdschriften als The Lancet en Neurology is al eerder gepubliceerd naar aanleiding van dit promotieonderzoek.

Promovendus Maarten Vaessen bekeek met behulp van nieuwe ontwikkelingen in MRI en beeldanalyse op een wiskundige manier, (de zogeheten Graaftheorie*), netwerken van duizenden knooppunten in het brein en hun onderlinge samenhang en functioneren. Door op deze andere manier naar MRI-beelden te kijken is in de verbindingen tussen de gebieden in de hersenen (hersenconnectiviteit) een verklaring gevonden voor cognitieve problemen van patiënten.

De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat dankzij deze nieuwe benadering afwijkingen gevonden kunnen worden die niet op een gewone MRI zichtbaar zijn. Het tijdig opsporen van deze afwijkingen is waardevol in de behandeling van epilepsie. Er kan dan immers worden geanticipeerd op een cognitieve stoornis. Een vroege en adequate behandeling daarvan kan leiden tot een betere cognitieve uitkomst op de lange termijn. In het onderzoek van Maarten Vaassen zijn zowel volwassenen als kinderen onderzocht.

Met de Graaftheorie kunnen bepaalde eigenschappen van het hersennetwerk samengevat worden in getalswaarden. In de hersenen hebben gezonde mensen een korte padlengte, dat wil zegen dat informatie snel door het hele brein getransporteerd kan worden. Bij epilepsiepatiënten wijkt de padlengte af ten op zichte van gezonde proefpersonen.

In het onderzoek van Maarten Vaessen is onderscheid gemaakt tussen patiënten met milde cognitieve klachten en patiënten met ernstiger cognitieve klachten. Juist patiënten met ernstiger cognitieve problemen hebben de grootste afwijkingen in parameters zoals de padlengte. Een grotere padlengte leidt tot meer fouten in de hersennetwerken en meer chaos in de hersenen. Maarten Vaessen deed zijn promotieonderzoek in Kempenhaeghe, expertisecentrum voor epileptologie, slaapgeneeskunde en neurocognitie.

Maarten Vaessen promoveert donderdag 29 maart 2012 aan de Universiteit van Maastricht op het onderwerp ‘The graphity of cognitive problems in epilepsy’. Na zijn promotie zet hij op de Universiteit in Genève zijn onderzoek voort als postdoctoraalonderzoek naar herseneffectiviteit bij mensen met multiple sclerose en emotionele problemen.

Bron: bericht website Kempenhaeghe, 31 maart 2012

Deze pagina delen