Soorten aanvallen

Aanvallen kunnen diverse vormen aannemen, afhankelijk van de plaats van ontlading in de hersenen en van het aantal hersencellen dat hierbij betrokken is.

Twee hoofdgroepen:

Gegeneraliseerde aanvallen

Als de kortsluiting zich over beide hersenhelften heeft verspreid, heet dat een gegeneraliseerde aanval. Bij een gegeneraliseerde aanval zijn er altijd bewustzijnsstoornissen: u bent dan niet of niet helemaal bij bewustzijn. Een gegeneraliseerde aanval die plotseling begint en plotseling eindigt wordt een primair gegeneraliseerde aanval genoemd (zie plaatje).

Een aanval die plaatselijk begint en waar pas later alle hersencellen bij betrokken raken, heet een secundair gegeneraliseerde aanval (zie plaatje).

Partiële aanvallen

Als een gedeelte van de hersenen meedoet, heet dat een partiële aanval (zie plaatje). Andere namen hiervoor zijn: focale aanvallen, plaatselijke of gedeeltelijke aanvallen.

Bij sommige mensen kunnen de epileptische verstoringen beginnen op verschillende plekken in de hersenen. Dat wordt multifocaal genoemd (zie plaatje). Dan is er sprake van meerdere ‘epilepsiehaarden’. Met een ‘epilepsiehaard’ wordt het gebied bedoeld waar de aanvallen beginnen, of waar in het EEG de ‘epileptiforme afwijkingen’ worden gezien.


Voorbeelden van aanvallen

Gegeneraliseerde aanvallen

Tonisch-clonische aanvallen

Dit zijn aanvallen waarbij een deel van het lichaam, of het hele lichaam, verstijft en vervolgens schokt. Tonisch betekent verstijving of verkramping; clonisch betekent samentrekking van spieren. Een tonisch-clonische aanval kan soms wel een paar minuten duren. Soms loopt u wat blauw aan, omdat doorademen tijdens de tonische fase niet goed mogelijk is. Ook laten sommige mensen bij de aanval hun urine lopen. U bent dan tijdens deze aanvallen buiten bewustzijn. Na de aanval adem je weer normaal en val je in een diepe slaap. Achteraf herinnert u zich niets van de aanval.

Alléén schokken van (een deel van) het lichaam – dus zonder verstijving – komt ook voor. Dat wordt een ‘clonische aanval’ genoemd. En er zijn ook aanvallen met alleen verstijven, zonder schokken. U valt dan soms als een plank voor- of achterover. Dit zijn ‘tonische’ aanvallen.

In spreektaal worden tonisch-clonische, tonische en clonische aanvallen vaak ‘grote aanvallen’ genoemd. Deze aanvallen kunnen zowel overdag als ’s nachts optreden. Ze duren meestal enkele minuten.

Afwezigheden (absences)

Bij een absence bent u één of enkele seconden ‘afwezig’. U staart en bent even niet aanspreekbaar. De absence kan soms ook langdurig zijn en gepaard gaan met schokjes.

Atypische absences

Absences worden ‘atypisch’ genoemd als er eerder sprake is van een veranderd/verlaagd bewustzijn dan een echt bewustzijnsverlies. Bij atypische absences gaat u vaak wel door met uw activiteiten, maar op een sterk vertraagde manier. Het begin en het einde zijn niet abrupt. atypische absences duren ook langer dan ‘gewone’ absences, eerder minuten dan seconden.

Valaanvallen (astatische of atone aanvallen)

Bij een valaanval valt opeens de spierspanning weg. U zakt dan bijvoorbeeld plotseling slap op de grond. ‘Drop attacks’ (letterlijk vertaald: valaanvallen)  is een term die vaak wordt gebruikt. Vaak gaan de aanvallen zo snel dat alleen een filmopname kan tonen wat voor aanval het was. Vaak ook is het een mengbeeld van aanvallen. Het resultaat is dat u plotseling valt, met een grote kans op verwonding.

Myoclone aanvallen (myoclonieën)

Bij dergelijke aanvallen trekken de spieren in armen of benen samen. Als gevolg daarvan schokken armen of benen. Soms is er slechts één schokje, soms een serie achter elkaar.

Partiële aanvallen

Eenvoudig-partiële aanvallen

Dit zijn aanvallen waarbij u volledig bij bewustzijn bent en verschijnselen vertoont die het gevolg zijn van ontladingen in een bepaald deel van de hersenen. Denk aan trekkingen in een arm, prikkelingen in een been, zien van flikkeringen.

Charmaines aanval

“Van het één op het andere moment is het ‘licht’ uit en dan weet ik niets meer. Ik loop dan doelloos rond…”. Lees meer »

Complex-partiële aanvallen

Bij een complex partiële aanval bent u niet helemaal bij bewustzijn. Tijdens dergelijke aanvallen zijn verschillende hersenfuncties verstoord. Bij dit soort aanvallen reageert u niet normaal en zijn uiteenlopende verschijnselen te zien. Zo kunnen de ogen en het hoofd naar een kant wegdraaien. Maar er kunnen ook andere verschijnselen optreden, zoals smakken, wriemelen met de vingers en/of doelloos rondlopen.

Aura’s en prodromen: waarschuwingen vooraf

Sommige mensen krijgen kort voor zij een aanval krijgen een voorgevoel. Bijvoorbeeld een vreemd gevoel in hun maag, of het zien van lichtflitsen of het horen van vreemde geluiden. Dit wordt een aura genoemd. Een aura is eigenlijk een partieel (plaatselijk) begin van een aanval. Soms zijn er al dagen van te voren aanwijzingen dat er een aanval ‘op komst’ is. Iemand heeft dan buikpijn, voelt zich niet zo lekker, of heeft hoofdpijn. Deze verschijnselen worden ‘prodromen’ genoemd. Lees over Janita’s aura.


Bijzondere situaties

Status epilepticus

Als een epileptische aanval langer duurt dan 30 minuten of wanneer de patiënt tijdens de aanvallen niet meer bij bewustzijn komt, is er sprake van status epilepticus. Tegenwoordig spreken we al na vijf minuten van een ‘dreigende’ status epilepticus en wordt doorgaans ingegrepen. Een status epilepticus kan levensbedreigend zijn.

Non-convulsieve status epilepticus (NCSE)(schemertoestand)

Non-convulsief betekent dat er geen spiertrekkingen (convulsies) zijn. Bij een NCSE heeft u meestal een mengbeeld van absences, atone aanvallen, tonische aanvallen en myoclonieën. Het bewustzijn is daarbij vaak sterk verlaagd. Daarom wordt het ook wel schemertoestand genoemd. U bent dan traag, maar niet volledig buiten bewustzijn. Er is geen goed contact mogelijk.

Het komt ook voor dat een dergelijke status bestaat uit voornamelijk atypische absences met bijvoorbeeld slechts een enkele spierschok. Dan kan het moeilijk zijn om de status te herkennen zonder dat er gelijktijdig een EEG wordt gemaakt.

Deze pagina delen