Behandelingen (oud)

Medicijnen ter preventie

Op grond van het type aanvallen en het type epilepsie kiest de behandelaar in overleg met u een anti-epilepticum. Hij zal een middel kiezen waarvan bekend is dat het bij uw vorm van epilepsie helpt. Men noemt dit een medicijn van de eerste keus. Meestal kan hij kiezen uit verschillende medicijnen. Lukt het met het ene medicijn niet de aanvallen onder controle te krijgen, dan zal de arts een ander middel van de eerste keus proberen. Werkt dat ook niet, dan kan hij een middel van de tweede keus proberen. Dat is een middel dat in het algemeen wat minder effectief is of een grotere kans op bijwerkingen geeft. Voor u kan het echter precies het goede middel zijn.

Het kan zijn dat u een aantal verschillende medicijnen moet proberen voordat u het juiste middel heeft gevonden. Het zoeken naar een geschikt medicijn en de juiste hoeveelheid waarin iemand dit moet nemen, wordt het instellen van de medicijnen genoemd.

Artsen schrijven bij voorkeur maar één medicijn tegelijk voor. Dit noemt men monotherapie (mono = één). Dit vermindert de kans op bijwerkingen. Soms is het echter nodig een tweede middel toe te voegen. Namelijk als één middel niet voldoende werkt en twee (of meer) middelen samen een beter resultaat geven.

Juiste dosering

Het zoeken naar een geschikt medicijn en de juiste hoeveelheid waarin iemand dit moet nemen, wordt het instellen van de medicijnen genoemd. Vaak is dit een kwestie van uitproberen. U krijgt eerst een lage dosis en deze wordt langzaam verhoogd. Bij een hogere dosis is de kans op aanvallen kleiner, maar de bijwerkingen worden sterker. De kunst is de dosis te vinden met het meeste effect – dus zo min mogelijk aanvallen – en de minste bijwerkingen.

Bloedspiegel prikken: ja/nee?

Lees meer »

De uiteindelijke dosis en het soort medicijn zeggen niets over de ernst van de epilepsie. Als iemand een hogere dosis gebruikt van een bepaald medicijn dan een ander, betekent dat niet dat zijn epilepsie ‘erger’ is.

Het instellen gebeurt meestal op de polikliniek. Na het instellen van de behandeling zal de hoeveelheid medicijnen die u krijgt regelmatig opnieuw worden bekeken. Het is namelijk mogelijk dat uw behoefte na enige tijd verandert. En de dosering dus aangepast moet worden.

U speelt zelf een grote rol bij het instellen van de medicijnen. Alleen u weet hoeveel aanvallen u krijgt, wanneer u ze krijgt en hoe ze verlopen. En alleen u ervaart of u last van bijwerkingen heeft, en in welke mate. Een handig hulpmiddel is om een dagboek of aanvalskalender bij te houden. Voor informatie over een aanvalskalender kunt u bellen met de Epilepsie Advieslijn van de EVN: 030 – 634 4069.

Innemen van medicijnen

Medicijnalarm

Vele mogelijkheden. Lees meer » [link]

Het is belangrijk de medicijnen op vaste tijdstippen van de dag en in de juiste hoeveelheid in te nemen. Alleen dan bevindt de werkzame stof zich steeds in dezelfde hoeveelheid in het bloed. Zo hebben de medicijnen het meeste effect. Ook de kans op bijwerkingen is dan kleiner, vooral de kans op maag- en darmklachten.

Grapefruit geeft soms kans op extra bijwerkingen.
Lees meer
»

Doordat de meeste mensen op vaste tijdstippen eten en naar bed gaan, is het aan te raden de medicijnen in te nemen vlak voor of tijdens een maaltijd. Na het eten zijn maag en darmen gevuld met voedsel. Daardoor wordt het medicijn langzamer in het bloed opgenomen. Zo komt het gelijkmatiger in het bloed. Ook de kans op maag- en darmklachten en andere bijwerkingen is dan minder groot. Ook tijdens de slaap wordt het medicijn langzamer in het bloed opgenomen.

Bijwerkingen

Van alle medicijnen behoren anti-epileptica in het algemeen tot de veiligere middelen. Ze worden vaak jarenlang gebruikt zonder ernstige problemen. Helemaal vrij van bijwerkingen zijn de anti-epileptica echter niet. De mogelijke bijwerkingen van een bepaald middel kunt u vinden in de bijsluiter die u bij de medicatie krijgt. De meest voorkomende bijwerkingen staan bovenaan vermeld. Veel informatie over bijwerkingen is ook te vinden in de databank van Lareb.

Het is heel goed mogelijk dat u of uw kind geen last krijgt van bijwerkingen, maar uiteraard is het van belang er wel alert op te zijn. Voor sommige bijwerkingen geldt dat ze vooral optreden in het begin, maar later minder worden.

Soms hebben bijwerkingen te maken met overgevoeligheid (allergie) voor bepaalde stoffen in de medicijnen. Deze bijwerkingen komen voor in het begin van de behandeling. U kunt bijvoorbeeld last krijgen van een jeukende huiduitslag. Neem in dit geval onmiddellijk contact op met uw arts. Andere bijwerkingen die kunnen optreden bij het gebruik van anti-epileptica zijn: sufheid, huidaandoeningen, tand(vlees)problemen en gewichtstoename.

Bijwerkingen

In de medicijnenindex van www.apotheek.nl kunt u de meest voorkomende bijwerkingen per middel vinden.

Wat te doen bij bijwerkingen

Er zijn verschillende methoden om bijwerkingen tegen te gaan. Over het algemeen geldt: hoe hoger de dosis, hoe groter de kans op bijwerkingen. Verlagen van de dosis is daarom meestal de eerste stap. De kans op bijwerkingen neemt ook toe als u een combinatie van medicijnen gebruikt. In dat geval kan geprobeerd worden u maar één medicijn te laten gebruiken om de bijwerkingen te verminderen.

Als het op deze manier niet lukt om ernstige bijwerkingen te verminderen, zult u met het medicijn moeten stoppen. De neuroloog zal proberen een ander middel te vinden waarmee de aanvallen worden onderdrukt en er minder of geen bijwerkingen optreden.

Meldpunt Medicijnen

Bijwerkingen kunt u bij het Meldpunt Medicijnen melden.

Neem in het geval van ernstige bijwerkingen altijd onmiddellijk contact op met uw neuroloog. Deze zal u adviseren wat u het beste kunt doen. Zeker bij nieuwe medicijnen kan het voorkomen dat u last krijgt van bijwerkingen die niet in de bijsluiter zijn vermeld.

Langdurige aanvallen / status epilepticus

Bij langdurige aanvallen, die niet na vijf minuten ophouden, kunnen de volgende medicijnen uit de groep van de benzodiazepinen worden gebruikt om de aanvallen te onderbreken:

[schemaatje Stofnaam Merknaam Toediening]

Bij een zeer hardnekkige serie aanvallen of bij een status epilepticus kunnen ook nog fenytoïne (Diphantoïne, Epanutin), valproaat (Convulex, Depakine, Natriumvalproaat, Propymal, Valproïnezuur), primidon (Mysoline) en fenobarbital gegeven worden.

Stoppen en afbouwen

Als u gedurende enkele jaren (meestal vier, bij kinderen twee) geen aanvallen heeft gehad, kan de behandeling met medicijnen vaak worden gestopt zonder dat de aanvallen terugkomen. Bij Iemand met plaatsgebonden epilepsie die vier jaar zonder aanvallen is, is de kans dat de aanvallen wegblijven ongeveer 70%. Bij gegeneraliseerde aanvallen is dit ongeveer 50%. Kinderen hebben een grotere kans dan volwassenen om geen aanvallen meer te krijgen als zij de medicijnen afbouwen.

In de volgende gevallen heeft u meer kans dat de aanvallen niet terugkomen:

  • als de aanvallen indertijd met medicijnen snel onder controle waren
  • als er maar één medicijn nodig was
  • bij partiële epilepsie: dit is de vorm waarbij één plek in de hersenen aan te wijzen is waar de aanvallen beginnen
  • bij epilepsie die op jonge leeftijd is ontstaan
  • bij epilepsie zonder duidelijke oorzaak

Als de aanvallen tijdens of na het afbouwen weer terugkomen, is het gebruikelijk met afbouwen te stoppen en opnieuw met medicijnen te beginnen. Een enkeling durft het echter aan om, in overleg met de arts, af te wachten of de aanval gevolgd wordt door meer aanvallen alvorens de medicatie weer op te pakken.

Het afbouwen gebeurt geleidelijk, meestal zal dit drie tot zes maanden duren. Soms veel langer. Omdat anti-epileptica niet verslavend zijn, zal het afbouwen weinig problemen opleveren. Het kan soms tijdelijk slapeloosheid en rusteloosheid als gevolg hebben.

Stop nooit ineens met het innemen van medicijnen. Dit kan namelijk ernstige aanvallen uitlokken. Zo wordt bijvoorbeeld vijfentwintig procent van de gevallen van de zogenaamde convulsieve status epilepticus veroorzaakt door het ineens stoppen met medicijnen. Bij een convulsieve status epilepticus heeft iemand een grote aanval die niet meer stopt. De aanval gaat door of er volgen veel aanvallen op elkaar. Er moet in die gevallen meteen medisch worden ingegrepen. Overleg daarom altijd met uw arts wanneer u de medicijnen wilt verminderen of (op den duur) ermee wilt stoppen.

Als medicijnen niet helpen

Wanneer iemand niet aanvalsvrij wordt, zelfs niet na het proberen van diverse middelen en combinaties daarvan, spreekt men van ‘medicatieresistentie’. In sommige gevallen kan dan een operatie [link] uitkomst brengen. Ook het ketogeen dieet (bij kinderen) of Nervus Vagus Stimulatie (NVS) kunnen dan overwogen worden.

 

 

Deze pagina delen