Vooruitzichten

De vooruitzichten voor kinderen met epilepsie lopen erg uiteen. Natuurlijk is daarbij van belang wat de oorzaak is van de epilepsie. Ook de mate waarin de aanvallen onder controle komen, speelt een rol. En natuurlijk in welke mate er bijkomende problemen optreden.

Niet-aanvalsvrij

Sommige kinderen blijven gedurende een aantal jaren last houden van aanvallen. De epilepsie blijkt dan moeilijk instelbaar. Een deel van deze kinderen ontwikkelt zich verder (vrijwel) normaal. Bij anderen zijn er ook (milde) leer- en gedragsproblemen.

Vaak kan de epilepsie van een kind worden ingedeeld bij een bepaald epilepsiesyndroom. Bij een syndroom is sprake van een aantal verschijnselen en klachten die samen kunnen voorkomen. Bij het vaststellen van een bepaald epilepsiesyndroom wordt gekeken naar kenmerken, zoals

  • de beginleeftijd
  • het type aanvallen en
  • EEG-kenmerken

Als een kind een bepaald epilepsiesyndroom heeft, geeft dat informatie, bijvoorbeeld over de behandelbaarheid, de toekomstverwachting en (eventueel) de erfelijkheid.

Voorbeelden van syndromen waarbij de aanvallen vaak niet onder controle komen zijn het Westsyndroom en het Lennox-Gastautsyndroom. Bij deze syndromen is meestal ook sprake van een achterblijvende ontwikkeling. Het komt ook voor dat er pas na het openbaren van de epilepsie een ontwikkelingsachterstand ontstaat, en heel sporadisch zelfs dat kinderen vaardigheden verliezen.

Deze pagina delen