Epilepsie en geheugen

Dit is een verslag van de lezing ‘Epilepsie en geheugen’van neuropsycholoog mevrouw Zita Bouman, 6 juni 2015 in het ROVC te Ede.

Mevrouw Zita Bouman is werkzaam als neuropsycholoog en wetenschappelijk onderzoeker aan haar promotieonderzoek vanuit het expertisecentrum voor epilepsie Kempenhaeghe en Radboud Universiteit Nijmegen. Haar promotieonderzoek gaat over de ontwikkeling van een psychologische geheugentest, die zowel gebruikt kan worden bij mensen met epilepsie met geheugenklachten als ook bij alle andere mensen met geheugenklachten.

Tijdens deze psychologische geheugentest worden figuren laten zien en verhalen verteld die de mensen moeten onthouden. Na een half jaar wordt gekeken wat de mensen hebben onthouden. Dit wordt vergeleken met wat er gemiddeld wordt onthouden door gezonde mensen zonder geheugenproblemen.

Mevrouw Zita Bouman geeft deze middag een lezing over ‘Epilepsie en het geheugen’ en vraagt de aanwezigen wat ze onthouden nadat zij een uur heeft gesproken. Dat zal waarschijnlijk maar een klein deel van de lezing zijn. Zeker omdat tijdens de ALV die in de ochtend plaatsvond, al gesproken is over o.a. een jaarverslag. Dit geldt ook voor de aanwezigen zonder geheugenproblemen. Daarom haar advies vooral niet te streng voor jezelf te zijn!

Wat is nu het geheugen?

In het woordenboek staat: ‘herinnering’. Dit is maar ten dele juist, omdat het te veel nadruk legt op het opslaan.

Beter zou zijn: het vermogen om informatie op te nemen, op te slaan en op te diepen. Deze drie processen zijn belangrijk bij het geheugen. De meeste klachten ontstaan bij het opdiepen. ‘Het ligt op het puntje van je tong’. De informatie is dan wel opgenomen en opgeslagen, maar je kunt het niet opdiepen.

Het geheugen kan worden verdeeld in: (1) korte termijn geheugen en (2) lange termijn geheugen.

(1) In het korte termijn geheugen wordt informatie voor korte duur (30 sec) opgeslagen (bijvoorbeeld wanneer we een straat oversteken en eerst naar links en dan naar rechts kijken, wordt dit korte termijn geheugen gebruikt). Een tweede kenmerk van het korte geheugen is dat het maar een beperkte hoeveelheid (max 6 stukjes) informatie kan bewaren.

(2) Wanneer we het over het geheugen hebben, bedoelen we eigenlijk dit lange termijn geheugen. Als je informatie langer nodig hebt, dan komt dat in het lange termijn geheugen. Dit geheugen bewaart informatie oneindig lang en heeft een onbeperkte hoeveelheid ruimte. Je kunt altijd doorgaan met opslaan; het lijkt of dit geheugen nooit vol raakt.

Het lange termijn geheugen kan nog verder ingedeeld worden: (a)expliciet geheugen en (b) impliciet geheugen.

(a) Het expliciet geheugen is het geheugen dat je bewust onthoudt. Dit geheugen kan ook verdeeld worden in twee soorten, t.w.: (I) episodische geheugen en (II) semantische geheugen.

(I) Het episodische geheugen bevat persoonlijke gebeurtenissen, bijvoorbeeld een vakantie. Hiervan onthoudt je vaak rond welke tijd het was en waar het plaatsvond, zodat je het kunt herbeleven.

(II) Bij het semantische geheugen onthoud je de feiten. Je weet dat Parijs de hoofdstad is van Frankrijk, maar je weet niet meer wie je dat heeft geleerd en wanneer.

(b) Het impliciet geheugen is het geheugen voor de dingen die je onbewust leert of onthoudt.

Bijvoorbeeld bij de reclame van Coca Cola, onbewust wordt Coca Cola gekoppeld aan ‘geluk’, door de ‘smile’ bij het logo. Maar ook vaardigheden zoals bijvoorbeeld fietsen.

Wat beïnvloedt ons geheugen?

Er zijn veel randvoorwaarden voor een goed geheugen. Het geheugen wordt beïnvloedt door veel dingen in het dagelijks leven. Tegenwoordig doen we heel veel dingen tegelijk. Tijdens het autorijden of de les Whatsappen we bijvoorbeeld. Het opletten tijdens het autorijden en de les gaat dan minder goed. Zo is dat ook met het geheugen. Daarnaast hebben ook motivatie, somberheid, vermoeidheid invloed op het geheugen.

Hoe kunnen we de informatie nu toevoegen aan ons geheugen (lange termijn geheugen)? Hierbij is de koppeling van verschillende informatiebronnen erg belangrijk.

Bijvoorbeeld deze lezing na de ALV bij het ROVC. Als je het gezicht van mevrouw Zita Bouman weer ziet, hoor je haar ook weer spreken en dat helpt om knopen/koppelingen te leggen om de informatie weer terug te halen. Dit proces gaat deels automatisch, maar af en toe kun je daar zelf ook actief mee bezig zijn.

Geheugenzelfvertrouwen

Wat een belangrijke rol speelt op je eigen geheugen is de eigen kennis, ideeën en waarnemingen. Als je denkt dat je geheugen slecht is, dan heeft dat invloed op het onthouden. Dat noemen we het geheugenzelfvertrouwen.

Een laag geheugenzelfvertrouwen:

  • Verzwakt motivatie om het geheugen te gebruiken in het dagelijks leven
  • Men vermijdt situatie waarbij beroep wordt gedaan op het geheugen.

Geheugenklachten bij mensen met epilepsie

Komen de geheugenklachten nu door normale veroudering of door epilepsie?
Een normale piek van geheugenklachten vindt al plaats vanaf 25 jaar. Daarna begint de lijn al te dalen.

Je kunt testen laten doen om te beoordelen of het gaat om normale geheugenklachten, die vergelijkbaar is met de eigen leeftijdsgroep, of dat het toch meer is t.o.v. de eigen groep.

Dat mensen klachten hebben over hun geheugen wil niet zeggen dat er sprake is van een geheugenstoornis, gemeten met psychologische tests. Belangrijk is dat ‘vergeten heel normaal is’. Daarnaast is dit goed voor het geheugen, om wat op te frissen.

Hoe leidt de epilepsie tot geheugenstoornissen? Dat is te vergelijken met een voetballer die zich een blessure heeft. De voetballer kan dan tijdelijk niet voetballen, ondanks dat het een goede voetballer is. Zodra de blessure is genezen, kan hij weer normaal voetballen.

Zo is het ook bij epilepsie. Het hebben van aanvallen heeft tijdelijk invloed op o.a. het geheugen.

Het geheugen zit gelukkig niet in één deel van de hersenen, zodat we bij een evt. beschadiging van dat deel niet ons gehele geheugen kwijt zijn. Wel spelen bepaalde delen van de hersenen een belangrijkere rol bij het geheugen dan andere delen.

Bij het leren van nieuwe informatie is de structuur van het middelste deel (zit in het midden van de slaapkwab) van de hersenen erg belangrijk. Dit deel heet de hippocampus. Dit deel zorgt vaak voor de epilepsie, en is ook een belangrijke structuur voor het geheugen (i.v.m. opslag nieuwe informatie). Dus als de epilepsie in dit gebied veel kortsluiting veroorzaakt, zou je hier last van kunnen krijgen. De plaats waar de aanvallen ontstaan is dus een belangrijke factor op het evt. hebben van klachten over het geheugen. Uit onderzoek is gebleken dat mensen met aanvallen vanuit de slaapkwab en linkszijdige epilepsie hebben, minder goed presteren dan andere mensen met epilepsie en mensen zonder epilepsie.

Het effect van aanvallen op het geheugen blijkt belangrijk bij verslechtering van het geheugen. Want hoe meer aanvallen, hoe groter de kans op verslechtering van het geheugen. En hoe meer aanvallen er zijn geweest voordat de juiste medicatie is ingesteld, hoe groter de kans op verslechtering van het geheugen.

Maar gelukkig zijn er ook dingen die het geheugen kunnen verbeteren. Wanneer mensen meer dan twee jaar aanvalsvrij zijn, lijkt het geheugen daarna te verbeteren. Dit onderstreept het voorbeeld van de sportblessure en toont aan dat het geheugen niet voor altijd is verstoord.

Veel stoffen lijken het geheugen te verminderen, zoals koffie, ijsthee, suiker, drugs, nicotine etc. Zo ook medicijnen voor epilepsie. Dat komt eigenlijk doordat het invloed heeft op de randvoorwaarden die invloed hebben op het geheugen. Op de verpakking en in de bijsluiter van deze medicijnen staat vaak op dat het invloed heeft op de rijvaardigheid, alertheid etc. Het zijn dan ook niet de medicijnen die direct effect hebben op het geheugen, maar de bijwerkingen, zoals bijv. vertraagd reageren of verminderde alertheid, die ervoor zorgen dat het opnemen van informatie verstoord raakt. En opnemen is één van de drie belangrijke processen van het geheugen.

Het geheugen is geen spier en kan daarom niet getraind worden door bijv. ‘braintraining’. Hiermee verbeter je alleen de prestaties op een getrainde taak, maar er treedt geen verbetering op van het geheugen.

Wel helpt het als je geheugensteuntjes gebruikt (bijv. ’t kofschip of Meneer Van Dalen Wacht Op Antwoord). Dus knopen leggen om het geheugen te verbeteren.

Ook is het goed om hulpmiddelen, bijv. een agenda of alarm, in te zetten om het geheugen zo min mogelijk te belasten.

Wanneer je het geheugen wilt verbeteren, vraagt het dus veel inzet.

 

Deze pagina delen