Soorten aanvallen

Aanvallen kunnen diverse vormen aannemen. Dat komt doordat epileptische ontladingen plaats kunnen vinden in verschillende gebieden in de hersenen of in de hersenen als geheel. Elk gebied in de hersenen stuurt bepaalde lichaamsfuncties aan:

Koortsstuipen

Een veelvoorkomende vorm van aanvallen bij jonge kinderen zijn zogenaamde ‘koortsstuipen’. Koortsstuipen zijn ook epileptische aanvallen, maar treden alleen op bij koorts. Bij koortsstuipen spreken we niet van epilepsie.

  • de spraak en het taalvermogen
  • de motoriek (het bewegen)
  • het gehoor
  • het gezichtsveld (zien)
  • het geheugen en
  • de emoties

Hoe de aanvallen er uit zien, hangt onder andere af van het gebied (focus) waar de verstoring plaatsvindt. Een epileptische ontlading in het taalgebied kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat iemand tijdelijk niet kan spreken. En een epileptische ontlading in het motorische gebied, zorgt er voor dat er een arm of been naar voren schiet. Het komt ook voor dat mensen zich als gevolg van een epileptische aanval agressief gaan gedragen: dan is de epileptische verstoring in het gebied waar emoties worden geregeld.

Soms komen meerdere soorten epileptische aanvallen naast elkaar voor en soms zitten daar ook aanvallen tussen die niet epileptisch van aard zijn.

Twee hoofdgroepen

Partiële aanvallen

Partiële aanvallen beginnen vanuit een bepaald gebied in de hersenen. Het bewustzijn is soms nog intact, soms verminderd en soms helemaal afwezig. Partiële epilepsie komt verreweg het meest voor, bij ruim tweederde van de patiënten. Bijna iedereen die na z’n dertigste epilepsie krijgt, heeft partiële epilepsie.
Andere namen zijn: focale aanvallen, plaatselijke of gedeeltelijke aanvallen.

Gegeneraliseerde aanvallen

Bij een gegeneraliseerde aanval zijn beide hersenhelften betrokken en er is altijd een bewustzijnsstoornis. U bent dan niet of niet helemaal bij bewustzijn. Slechts een klein deel van de patiënten (ongeveer 6%) heeft gegeneraliseerde epilepsie.
Een andere naam die gebruikt wordt: niet-plaatsgebonden aanval.

Een gegeneraliseerde aanval die plotseling begint en plotseling eindigt wordt een primair gegeneraliseerde aanval genoemd. Een aanval die plaatselijk begint en waar pas later alle hersencellen bij betrokken raken, heet een secundair gegeneraliseerde aanval.

Partiële aanvallen

Eenvoudig (of elementair) partiële aanvallen

Het bewustzijn is volledig in tact en de aanval beperkt zich tot één gebied. Vaak merken andere mensen deze aanvallen niet eens op, omdat ze zo licht zijn. Deze aanval kan bestaan uit een plotselinge spiersamentrekking van een arm, in het gezicht of zien van flikkeringen. Ook kan het zijn dat men iets proeft, ruikt of ziet dat er niet is.Bij sommige mensen kunnen de epileptische verstoringen beginnen op verschillende plekken in de hersenen. Dat wordt multifocaal genoemd. Dan is er sprake van meerdere ‘epilepsiehaarden’. Met een ‘epilepsiehaard’ wordt het gebied bedoeld waar de aanvallen beginnen, of waar in het EEG de ‘epileptiforme afwijkingen’ worden gezien.

Complex partiële aanvallen

In de meeste gevallen is het bewustzijn verlaagd. Tijdens de aanval zijn handelingen als wriemelen, plukken, kauw- of smakbewegingen of zelfs rondlopen waar te nemen. Een partiële aanval kan overgaan in een gegeneraliseerde aanval (tonisch-clonische aanval). Het heet dan een secundairgegeneraliseerde aanval en het bewustzijn is dan geheel verstoord.

Gegeneraliseerde aanvallen

Absence (afwezigheden)

Eén of enkele seconden ‘afwezig’. Men staart en is even niet aanspreekbaar. Soms wordt de activiteit die men doet automatisch doorgezet. Men fietst bijvoorbeeld door.

Aura’s en prodromen: waarschuwingen vooraf

Sommige mensen krijgen kort voor zij een aanval krijgen een voorgevoel. Bijvoorbeeld een vreemd gevoel in hun maag, of het zien van lichtflitsen of het horen van vreemde geluiden. Dit wordt een aura genoemd. Een aura is eigenlijk een partieel (plaatselijk) begin van een aanval. Soms zijn er al dagen van te voren aanwijzingen dat er een aanval ‘op komst’ is. Iemand heeft dan buikpijn, voelt zich niet zo lekker, of heeft hoofdpijn. Deze verschijnselen worden ‘prodromen’ genoemd.m

Tonisch-clonische aanvallen

Een deel van het lichaam, of het hele lichaam, verstijft gevolgd door ritmische schokken. Tonisch betekent verstijving of verkramping; clonisch betekent samentrekking van spieren. Een tonisch-clonische aanval kan soms wel een paar minuten duren. Soms loopt men blauw aan omdat doorademen niet goed mogelijk is. Ook laat men soms urine lopen. Na de aanval gaat men normaal ademen en vaak valt men in een diepe slaap. Achteraf herinnert men zich niets van de aanval.Alléén schokken van (een deel van) het lichaam – dus zonder verstijving – komt ook voor. Dat wordt een ‘clonische aanval’ genoemd. En er zijn ook aanvallen met alleen verstijven, zonder schokken. Kinderen vallen dan soms als een plank voor- of achterover. Dit zijn ‘tonische’ aanvallen.In spreektaal worden tonisch-clonische, tonische en clonische aanvallen vaak ‘grote aanvallen’ genoemd. Deze aanvallen kunnen zowel overdag als ’s nachts optreden. Ze duren meestal enkele minuten.

Myoclone aanvallen (myoclonieën)

Kortdurende spierschokken/samentrekkingen in armen en/of benen met een erg kortdurende bewustzijnsstoornis (soms niet zichtbaar). Soms is er slechts één schokje, soms is er sprake van een reeks.

Valaanvallen (atone of astatische aanvallen)

Bij een valaanval valt opeens de spierspanning weg en zakt de persoon bijvoorbeeld plotseling slap op de grond.

(Dreigende) status epilepticus

Als een epileptische aanval langer duurt dan 30 minuten of wanneer de patiënt tijdens de aanvallen niet meer bij bewustzijn komt, is er sprake van status epilepticus. Tegenwoordig spreken we al na vijf minuten van een dreigende status epilepticus. Soms is dit levensbedreigend.

 

 

Deze pagina delen